Extreme droogte zet aardappelteelt onder druk.Plantweerbaarheid wordt meer dan ooit belangrijker
Na een uitzonderlijk droge maand juli lijkt ook de eerste helft van augustus weinig beterschap te brengen. Volgens het KMI is het neerslagtekort in grote delen van België opgelopen tot uitzonderlijke waarden.
De waterbalans bevindt zich in veel regio's op een niveau dat vergelijkbaar is met de droogste jaren van de voorbije decennia.
Voor aardappeltelers betekent dat een bijzonder moeilijke periode.
Water is immers de belangrijkste drijvende kracht achter de groei van het gewas.
Wanneer langdurige droogte samengaat met hoge temperaturen en een hoge verdamping, komt de ontwikkeling van de plant steeds sterker onder druk te staan.
Bron: KMI:
Wanneer de plant overschakelt op overleven
Zodra een aardappelplant een tekort aan water ervaart, probeert ze zichzelf te beschermen tegen verdere uitdroging.
Dat doet ze door haar huidmondjes gedeeltelijk of volledig te sluiten.
Deze microscopisch kleine openingen in het blad regelen de gasuitwisseling tussen plant en omgeving. Via de huidmondjes neemt de plant koolstofdioxide (CO₂) op voor de fotosynthese, terwijl zuurstof en waterdamp worden afgegeven.
Het sluiten van de huidmondjes beperkt het waterverlies, maar heeft ook een belangrijk nadeel.
Doordat minder CO₂ wordt opgenomen, vertraagt de fotosynthese. De productie van suikers neemt af, waardoor minder energie beschikbaar is voor de ontwikkeling van bladeren, wortels en knollen. De plant kiest als het ware voor overleven in plaats van groeien.
Tijdens langdurige hitte en droogte zien we daardoor dat de dagelijkse knolaangroei sterk terugvalt en het opbrengstpotentieel steeds verder afneemt.
Een uitdaging die steeds vaker terugkomt
Waar extreme droogte vroeger uitzonderlijk was, lijken langere periodes van hitte en watertekort steeds vaker voor te komen. Gewassen worden daardoor regelmatiger geconfronteerd met abiotische stress, zoals droogte, hitte en intense instraling.
Dat vraagt ook een andere kijk op teeltbegeleiding. Niet alleen bemesting en gewasbescherming blijven belangrijk, maar ook het versterken van de natuurlijke weerbaarheid van het gewas krijgt een steeds grotere rol.
Plantweerbaarheid begint vóór de stress optreedt
Biostimulanten, zoals Aphasol, worden daarom steeds vaker opgenomen in een preventieve teeltstrategie.
Ze zijn geen meststof en lossen een acuut watertekort niet op. Hun rol bestaat erin de fysiologische processen van de plant vooraf te ondersteunen, zodat het gewas beter voorbereid is wanneer stress zich aandient.
Peptidegebaseerde biostimulanten werken via natuurlijke signaalmoleculen die het plantenmetabolisme activeren. Hierdoor worden onder andere de metabole activiteit, de wortelontwikkeling en de natuurlijke stressrespons van de plant ondersteund. Een sterker wortelstelsel en een actiever metabolisme helpen de plant efficiënter om te gaan met periodes van droogte en hitte.
Dat betekent niet dat een biostimulant droogte kan voorkomen.
Wel kan een plant die vooraf in een goede fysiologische conditie werd gebracht langer actief blijven en na een stressperiode sneller herstellen. Daarom worden biostimulanten vooral preventief toegepast, vóór perioden waarin droogte- of hittestress verwacht wordt.